Veldmuis (Microtus arvalis Pallas)

De veldmuis komt in heel Nederland voor en vnl. in weide- en grasland gebieden. Muizenplagen in zgn. “veldmuisjaren” komen om de 3-6 jaar zeer plaatselijk voor. Deze grote aantallen veldmuizen verdwijnen plotseling door een massale sterfte.

Uiterlijk en ontwikkeling:

Leefwijze:

De veldmuis is een uitstekende graver en leeft bij voorkeur in weilanden en in wegbermen. In éénlagige vegetatiestructuur is de veldmuis dominant. Ze eten graangewassen, bollen, aardappelen, kool, wortels en ook boomschors. Ze hebben hun schuilplaatsen ondergronds in zelf gegraven holen, meestal horizontaal maar soms ook loodrecht of schuin omlaag, tot wel 60 cm diepte. De nesten zitten op 15-30 cm en de holen hebben vaak een uitgebreid gangenstelsel. De uitgangen van de holen zijn open en bovengronds, met de voerplaatsen verbonden door looppaden. Aanvankelijk zijn deze looppaden verborgen onder plantengroei, maar als de veldmuizen later naar meer open terrein gaan, worden deze zichtbaar.

Sporen:

Holen, knaagschade aan bast aan de voet van jonge bomen, typische looppaden. De uitwerpselen zijn 4-8 mm lang en 2 mm dik en groenachtig. Deze zijn meestal te vinden rond de holen en bij “eetplaatsjes”.

Schade:

Wering:

Bestrijding:

Veldmuizen zijn beschermd volgens de Flora- en Faunawet.

De teksten en de foto's op deze website mogen niet worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, plaatsing van teksten en of afbeeldingen op andere websites of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs/makers. Neem voor vragen rondom copyright contact op met Vink Ongediertepreventie of met de webmaster.